Dat was me toch een mooie gebeurtenis. Eerst die engelen in de lucht. En toen die ontmoeting in die stal. Wat zullen ze aan de mensen verteld hebben? Het Woord dat hun over dit Kind verteld was. De vertalers hebben een hoofdletter geschreven. Dat is uit eerbied zullen we maar zeggen. Maar er was natuurlijk gewoon een kind geboren.

opnamedatum: 09-01-2007

Die moeder vertelde dat het kind niet verwekt was door Jozef, haar man, maar dat het Gods Zoon is. En ze vertelt nog meer engelenverhalen. Een engel in de tempel bij Zacharias en een engel bij haar in de keuken. En ze vertelt hoe ze elkaar hadden ontmoet. En ook wat ze elkaar vertelt hadden over wat de engel had gezegd. Ze vertelden het zonder enige schroom.

Die herders luisterden. Ze waren er van overtuigd dat de Heere, de God van hun vaderen, tot hen gesproken had. Tot hen had God gesproken.

Hoe kwamen ze daar toch bij? Waar hadden ze dat vandaan? Ja, hoe word je verliefd? Hoe raakt de liefde je hart? Hebt u er een antwoord op?

Het blijft rustig in Bethlehem, rondom de stal. Geen hordes mensen op de been om het Kind te zien. Het komt ook niet ter ore van de leiders van de kerk, van de tempel. En ook aan het hof weet men van niets. Pas als er geleerden uit het buitenland langskomen maakt Herodes zich druk. Maar de Schriftgeleerden, de theologen van die dagen, bleven de rust zelve. Geen enkele activiteit. Maar Herodes doodt alle jongetjes onder de 2 jaar, maar Jozef gaat met Maria en het kind naar Egypte. Vluchtelingen is niet een probleem van deze tijd, maar een kwaal sinds de mens het zonder God probeert.

En ja, dat gaat zo nog wel een heel aantal jaren door. Later begint Jezus, het Kind van God, te spreken. Hij vertelt van Zijn opdracht. Ik ben gekomen om u te redden. Nou daar zaten de mensen niet op te wachten. Het ging van Hosanna, naar Kruis hem. Weg met die kerel. Opgeruimd staat netjes.

Als Hij aan het kruis is gestorven, heerst er onder de vrienden van Jezus diepe verslagenheid. Sommigen zagen dat het graf leeg was. De steen voor de opening was weggerold. En een van de vrouwen vertelde dat ze Jezus had ontmoet? En in de 40 dagen na Jezus dood worden de verhalen steeds meer en de vrienden van Jezus krijgen moed. Hij is niet dood: Hij leeft! Maar dan op de 40ste dag: Ik ga naar Mijn Vader in de hemel. Ik kom weer bij jullie terug en dan mogen jullie ook bij Mij zijn. Voor eeuwig.

Gustave Doré. Het nieuwe Jeruzalem.

En ze krijgen een opdracht: Ga het aan alle mensen vertellen, over heel de wereld. Iedereen moet het horen. Jezus zei: Ik zal Mijn Geest op jullie zenden! En dan ben Ik toch bij jullie. En dan leert Hij jullie om aan anderen van Mij te vertellen. Maar: Hoe doe je dat?

Wat opviel was wel dat ze samen waren en deelden. Dat er een gemeenschap van mensen ontstond, die in Jezus geloofden, als hun Verlosser. Toen ontstond er vervolging. Men vond het maar lastig: die mensen die het over Jezus hadden.

Ze moesten vluchten. En overal waar ze kwamen ging het steeds weer zo. Hier werd een kerk gebouwd, ergens anders afgebroken. Al na de eerste eeuw waren er geen christenen (zo noemden ze hen toen) meer in Israël. Maar in heel het Midden Oosten ontstonden groepjes van mensen die naar de Bijbel luisterden en in Jezus, als hun Verlosser geloofden.

Langzamerhand gaat het richting Europa. Eeuwen lang heette dat het Christelijke Westen. En van daar ging het naar het oosten van Europa en verder tot aan Wladiwostock. En dan naar Amerika, Noord en Zuid. En naar Afrika ten zuiden van de Sahara. En naar Azië ten oosten van Turkije. En naar het verre oosten.

En vandaag zijn er 2,2 miljard mensen over de hele wereld die op de een of andere manier met de Naam van Jezus in verbinding staan.

Hoe gaat dat toch. Er zijn heel veel boeken over geschreven. Veel wijsgeren in West Europa vinden dat deze mensen hun gezond verstand niet gebruiken. Ze geloven in een zelf verzonnen verhaal. Er zijn ook miljoenen mensen in de wereld die zeggen dat Jezus een hele profeet is, maar dat die van hen daar nog boven uitsteekt. Er zijn maar heel weinig mensen in de wereld die zeggen helemaal niet te geloven. Het grootste deel van hen zijn Europeanen en mensen uit Noord Amerika. Het is op de wereldbevolking een bescheiden getal, maar toch. En bij ons leeft die vraag, die ik eerder stelde ook.

Hoe komt dat toch dat mensen geloven in Jezus als hun verlosser. In de verhalen die ik de afgelopen dagen heb verteld heb ik geprobeerd er iets van te vertellen.

Laat ik nog een beetje preciezer worden. Het ging over een kerk in Rotterdam, die er niet meer is. Mooie kerk. Ja, een kerkgebouw. Is dat nu zo belangrijk. Ik schreef al dat ik ook in de Wilhelminakerk kwam. Die stond in Slikkerveer. Heeft ook een hele geschiedenis. M’n grootvader was notabel toen besloten werd hem te gaan bouwen. Kort nadat hij gebouwd werd brak de oorlog uit en sloopten de Duitsers de klok uit de toren. Allemaal voor mijn tijd. Ik ging met 5 jaar voor het eerst mee met vader. In mijn hand een psalmboekje. Van tante Griet, de wijkverpleegster van Spijkenisse gekregen. vader had een hernia en zat altijd scheef in de bank. Ik in het hoekje dat over bleef. Gearmd. Als het avondmaal was, liepen de tranen over zijn gezicht. Ds J. Noltes was de dominee. Zijn schoonvader, ds. J.J. de Looze, preekte eens met Pinksteren over de vijf wijze en de vijf dwaze meisjes. “Jezus zegt dat Hij, hier van ons verwacht, dat wij zijn als kaarsjes, brandend in de nacht. Jij in jouw klein hoekje en ik in ’t mijn.” Een kind, misschien 8 jaar.

Ik vertelde van mijn moeder. ’s Morgens voor school, samen op de bank. Op de radio Te Deum Laudamus. (wat zou dat betekenen?) Maar Aafje heynes zong: “Hoe lief’lijk hoe vol heilgenot, o Heer’ der legerscharen God, zijn mij Uw huis en tempelzangen.” Moeder zong met haar diepe alt de tweede stem. Kerk! Thuis. Moeilijke vragen moest ik haar niet stellen. Daar is je vader voor. Moeder kwam uit een rood nest. (Ik werd vernoemd naar Opa Jan Plaisier. Toen in 1923 ds. v.d. Graaf naar het dorp kwam, verliet hij de kerk. En in datzelfde jaar kwam Grootvader Geene terug van de vlaszolder.) Moeder kon zingen als de beste, maar lezen en schrijven bleef voor haar een moeilijkheid. Ze waren er dan ook pas op haar 8ste jaar achter gekomen dat ze hele slechte ogen had. En de verandering van milieu tussen de ouderlijke huizen, maakte het allemaal niet gemakkelijk. Op haar sterfbed kwam het nog boven: maar Jan als God me nu niet hebben wil?

Ik vertelde van de vrienden van moeder. Ik logeerde er. Voor het naar bed gaan. Jongens, komen jullie, riep oma. En Aad, zo heette de zoon, knielde naast de stoel van oma. Kom maar, jij mag hier. Een andere avond zag ik laat, de vader geknield op zijn bed. Ook hij deed zijn avondgebed. Aan tafel las moeder voor uit de Bijbel. Dat kon blijkbaar ook. En ze hadden ook een dagboek bij de Bijbel.

Ik vertelde van andere vrienden van moeder. Ze bleef hen trouw, als ook aan haar oudste zuster in Spijkenisse. Toen ik ging studeren in Brussel, kwam zij bij mijn ouders wonen. Wat opviel was een bewogenheid met de medemens. Aandacht voor de ander. Juist ook als het allemaal niet zo goed gaat. Nog weet ik die keer dat we winkelen gingen in de stad. Een oploop van mensen op de Coolsingel. Schuin tegenover het Gemeentehuis. Alle mensen stonden te kijken. In het midden lag er een bloedende vrouw op de grond. Ieder keek er naar en… Moeder trok de sjaal van haar hoofd en ging tussen de mensen door. Ze knielde bij de mevrouw en haar sjaal diende om het bloed te stelpen. Ook al zijn de woorden van Jezus je misschien vaak te hoog en te diep. Als je Hem lief krijgt, dan gaat ook je hart open.

Ik bedoel maar, het geloof heeft alles van doen met het dagelijkse, gewone leven. Van hoogten en diepten, van gebeurlijkheden. Het lijkt je soms zo maar te overkomen. Waar komt dat virus vandaan. Uren kun je er over debatteren. Maar als je ziek wordt?

Geboren onder de rook van Rotterdam. Levend in de dynamiek van de oprukkende grote stad. Het kwam in mijn jonge leven binnen. Overweldigend bij tijden. Maar zondags was er de gang naar Gods huis. De straten zwart van de mensen. Auto’s stonden stil. De winkels waren dicht. Het leven kwam tot rust. Langzaam aan veranderde het. We zagen het gebeuren. Doordat de rotterdammers verhuisden naar ons dorp brachten ze hun gewoonten mee. Sommigen vonden de kerk, anderen haakten met de verhuizing af. Een ander leven. Het dorp groeide tegen de stad aan. Een nieuwe kerk kwam er ternauwernood. We hoorden van de wijde wereld. Bijzondere verhalen. Mijn broer ging de wereld rond. De worsteling met God ging voort. Het eindigde hoopvol: He’s got the whole world in His hands. Waar houdt een mens zich aan vast als je wereld instort? De ziekte je leven sloopt? Hij was de laatste van ons gezin. Toen was ik nog alleen over.

Het gaat niet over mijn familie. Ik probeer u te vertellen, dat God er is in deze wereld. Begin jaren 80 van de vorige eeuw bezocht ik een conferentie. Er was een predikant uit Oost Europa. Het ging over “Godsverduistering”. Een thema in die tijd. God verbergt zich. Hij sprak vrij en vol onbegrip over de vragen. Hoe kunt u nu spreken over Godsverduistering? U heeft toch een Bijbel. De bekende dominee Jac. van Dijk werd gevraagd voor de radio, wat betekent Christus voor u? Graag kort, het nieuws komt er aan. Alles!! Was zijn antwoord. Dank u wel, dominee. Dames en heren nu komt het nieuws. Goedenavond.

En het rolde voort. De kerken werden afgebroken. Met lede ogen zagen we het aan. Toch in mineur eindigen. Nee! De wereld ging open. Over de oceanen gingen herders. Met de boodschap van het Kind van Bethlehem, de Zoon van God. En het vindt mensen in hun nood en ellende. Ver weg. Een islamitische dokter kwam tot geloof in Bangla Desh. Hij kon er niet openlijk voor uitkomen. maar in de jaren dat hij zijn werk bleef doen ontstonden er tientallen huisgemeenten. Doordat de dokter hen sprak van het heil en de vrede van God. Er gaan duizenden zendelingen uit China op weg naar het westen. En verkondigen op slippers en een tasje met een Bijbel, een verschoning en een kommetje voor de rijst het Evangelie. Zo kan het je ook zomaar gebeuren dat je in Rotterdam wordt aangesproken door een zendeling uit Chili of Peru. Mensen uit Zuid Korea komen naar Nederland omdat ze gehoord hebben dat God verdween uit Nederland.

En dan is daar het “Visvuilhuisje”. Dat staat er nog. Kent u een mooier beeld voor het Kind in de kribbe? Dat is nu Jezus. Hij vist het vuil van de wereld. Het gebrokene en verachte. Het hopeloze en gebutste. Lamgeslagen zielen. Mensen in de knoop. Mensen in de ban van wat er allemaal te koop is en te zien is. Ja, wij. Mensen die in deze wereld ronddrijven als het vuil in de singels. Waar gaat het heen. Als het feest geen oplossing meer is, omdat er een kater komt. Als de rijkdom geen uitkomst meer is, omdat je leven er voortdurend door in beslag genomen wordt. Dat bezit je niets, maar wordt er door bezeten. Ja, hoe gaat dat. Hoe komt dat? Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen. Het gewone leven van alle dag. Daar komt Hij. Ook vandaag.

En dan vraag ik u. Is er misschien niet ook bij u zo een stem, die nog spreekt? De Bijbel. Het boek van God. De meester of de juffrouw op de christelijke school. Hier of daar een beeld, een tekening die je raakte en je las een tekst en dacht: uit de Bijbel???

Dat is wat er gebeurd, als Jezus langskomt. Dan ga je dat “Visvuilhuisje”, dat onooglijke gebouwtje daar zien in al zijn schoonheid. Prachtig als Hij in het licht komt te staan. Dan kan gemakkelijk. Bijbels zijn overal beschikbaar. Gratis zelfs. En dan lees je wat die herders hoorden van dat Kind. En van Zijn Vader.

Ja, maar. Ja. Daar is geen verklaring voor. Dat is nu liefde. God gaat rond in de wereld. En Hij doet er alles aan om ons verliefd op Hem te maken. Daar is Hij nu mee bezig. Ik moest het voor u opschrijven. Hoe de Heere kwam. Ja, daar is nog veel meer. En niet alles is voor het papier. Je schaamt je drie keer in de rondte. Ik bakte er niets van.

Tot slot.

Wat een teken, dat huisje op de Boezemkade tegen de brug over de Crooswijksesingel. Aan het begin van die diepe geul naar het Oostplein. Duizenden mensen gaan er iedere dag langs. Vandaag is het Kerstfeest. Vandaag gaat Jezus aan u voorbij. Een lied zingt:

Christus die door de wereld gaat
verheft zijn stem niet op de straat,
Hij spreekt ons hart aan, heden,
en wenkt ons met zich mede.
En lokt ook nog zoveel ons aan
tot wie zouden wij anders gaan?
Hij heeft en zal ons geven
alles, het eeuwig leven.

We wensen u samen vanuit de Melkweg in Katwijk aan Zee een Gezegend Kerst!